|
AC-3
Het digitale geluid van de thuisbioscoop, ook wel Dolby Digital AC-3
genoemd. De verschillende geluidskanalen worden in digitale vorm met het
beeld meegezonden. In de ontvanger, op een DVD, of in een losse decoder,
wordt het digitale AC-3 pakket omgezet in analoge signalen, die via aparte
versterkers en boxen beluisterd kunnen worden. Dolby Digital AC-3 wordt in
sommige digitale satellietontvangers ondersteund. Helaas worden niet alle
speelfilms via satellietzenders voorzien van AC-3.
ADR
Astra Digital Radio. Het betreft een digitale modulatievorm voor
radioprogramma`s die op aparte draaggolven bij een analoog beeld kunnen
worden uitgezonden. De audionorm wijkt niet veel af van de bij DVB gebruikte
geluidsnorm. Doordat ADR-signalen veelal toegevoegd worden aan analoge
televisiezenders, wordt de ADR-lijst altijd als onderdeel van de analoge
frequentielijst weergegeven. Voor ontvangst van het ADR-signaal is een
speciale ADR-ontvanger nodig. De norm heeft door de mogelijkheden van
digitale televisie evenwel aan belang ingeboet en het gebruik zal over een
aantal jaren worden beëindigd. (+A2)
Afregelen
Wie een schotel aanschaft komt als gauw in aanraking met de `moeilijke`
termen azimuth en declinatie. Het gaat hierbij om noodzakelijke gegevens
voor het kunnen `afregelen` van een schotel. Voor een vast opgestelde
schotel is de elevatie van groot belang. Bij de elevatie gaat het om de
verticale schotelinstelling, of simpel gezegd: de hoek die de schotel omhoog
kijkt om een satellietsignaal te kunnen ontvangen. Veel schotelfabrikanten
geven in de gebruiksaanwijzing aan wat de correcte elevatie-instelling moet
zijn al naar gelang waar de schotel wordt geplaatst binnen Europa. Als het
gaat om een vaste locatie is de elevatie eenvoudig te bepalen. De declinatie
is een noodzakelijke correctie, die nodig is om meerdere satellieten met een
draaibare schotel goed te kunnen ontvangen. In de bijgaande figuur wordt
duidelijk aangegeven wat het effect is van een verkeerd ingestelde
declinatie. De declinatie is afhankelijk van de locatie waar de schotel zich
bevindt. Bij een foutieve declinatiewaarde kun je niet iedere satelliet goed
ontvangen. Tot slot de azimuth, dit is de hoek waar de schotel horizontaal
gezien op uitgericht moet worden in kompasgraden. De afgebeelde tekening
maakt dit allemaal (hopelijk) een stuk duidelijker! (Ill: Declinatie, onder
voorbehoud!)
Aston / AstonCrypt
Aston was de fabrikant die een compatible vervanger voor Seca decoders heeft
ontworpen. Seca was de codeermethode die door Canal+ dochter Seca ontwikkeld
en zwaar gepatenteerd is. Een doorn in het oog van veel producenten van
ontvangers. AstonCrypt gaf veel fabrikanten toch de mogelijkheid
Seca-compatible ontvangers te produceren. Aston introduceerde hiervoor
speciale insteekmodules die in Common Interface (CI) ontvangers gebruikt
kunnen worden. In deze modules kan net als bij andere CI insteekmodules een
gewone Seca smartcard gestoken worden. (+A3)
Azimuth
Om een schotel optimaal uit te richten op een satelliet heb je te maken met
twee instellingen: de elevatie en de azimuth. De laatste is gerelateerd aan
de kompasrichting van de satellietpositie. Bij een kompas is dat 90º in
zuiver oostelijke, 180º in zuidelijke en 270º in westelijke richting. Voor
de Astra-1 satellieten (19,2º oost) geldt in Nederland een azimuth van
ongeveer 163º.
BER
BER staat voor Bit Error Rate. Bij digitale transmissie van signalen kunnen
er fouten optreden als gevolg van atmosferische storingen. Het digitale
signaal, dat uit pakketjes (packets) bestaat, wordt dan theoretisch
`verminkt`. En dat zou betekenen dat die digitale signalen onbruikbaar
zouden worden en een zwart beeld geven. Gelukkig kan het merendeel van die
fouten via een ingewikkelde correctie worden hersteld. Het aantal fouten
vóór het foutherstel heet de BER-in en na foutherstel heet het de BER-out.
De BER is van veel factoren afhankelijk: aan de ontvangstkant onder andere
van de schotel, de gebruikte LNB en de ontvanger. Voor een stabiele
ontvangst is een BER kleiner dan 1E-
CAM
Conditional Access Module. Dit is een module die in een digitale ontvanger
aangebracht kan worden en het mogelijk maakt in combinatie met een werkende
smartcard een gecodeerd programma te bekijken. Bij een Common Interface (CI)
ontvanger wordt de smartcard in een CI-CAM aangebracht. Bij andere PCMCIA
modellen, zoals Irdeto-CAM`s bij de eerste generatie Canal+ ontvangers, is
de kaartlezer op een aparte plaats in de ontvanger (vaak het front)
aangebracht.
C-band
Een frequentieband die gebruikt wordt voor satellietcommunicatie. De schotel
heeft een behoorlijke omvang. De openingshoek van schotels op de C-band
schotels is groot. Satellieten die in die band uitzenden hebben heel grote
footprints en zijn dus over een groot gebied te ontvangen. Voor ontvangst
van de C-band zijn, naast relatief grote schotels, ook speciale LNB`s en
voor C-band geschikte satellietontvangers nodig. In Nederland worden de
meest gangbare satellietzenders uitgezonden in KU-band.
Cassegrain schotel
Cassegrain schotels zijn varianten op prime-focus-schotels. Er wordt
gebruikgemaakt van een extra hulpreflector die ervoor zorgt dat de
hoogfrequente stralen zo gereflecteerd worden, dat ze op een centraal punt
in de schotel bijeenkomen. (+ C3)
Clarke belt
De Clarke belt is de denkbeeldige baan boven de evenaar waarin satellieten
gepositioneerd zijn. De Clarke belt bevindt zich ongeveer op 35786 km boven
de evenaar. De Clarke belt is vernoemd naar Arthur C.Clarke die lang voordat
er maar enige sprake was van satellieten, bedacht had dat je satellieten op
een vaste plaats boven de evenaar kon positioneren om ontvangst over een
groot gebied mogelijk te maken.
C/N
Carrier To Noise Ratio, bepaalt de ontvangstkwaliteit. In de praktijk wensen
we een zo groot mogelijke carrier (=signaal) en een zo klein mogelijke noise
(= ruis/stoorcomponent). Voor digitale ontvangst is in de praktijk een
minimale C/N van 9 dB vereist en voor analoge ontvangst ligt dit rond de 12
dB. Het weer en alles wat zich tussen de schotel en de zender (de satelliet)
bevindt, kan de C/N negatief beïnvloeden. Een vrij zicht garandeert de best
mogelijke ontvangst.
Coaxkabel
Coaxkabel wordt gebruikt voor het transport van hoogfrequente signalen. Bij
satellietontvangst gebruiken we een coaxkabel tussen de LNB en de ontvanger.
Speciaal voor deze toepassing hebben coaxfabrikanten geoptimaliseerde kabels
ontwikkeld. Belangrijke eigenschap van een coaxkabel: naarmate de
toepassingsfrequentie hoger ligt, wordt het signaalverlies (demping) groter.
Voor vrijwel iedere toepassing zijn daarom speciale soorten coaxkabels
ontwikkeld. (+C6, of evt. rood plaatje van vorig nummer!)
Common Interface
Met de komst van de Common Interface standaard had de industrie een nieuwe
norm voor het gebruik van decoders ontwikkeld; je had niet meer voor iedere
soort codering een aparte ontvanger nodig. De Common Interface maakte het
mogelijk alle soorten decoders in te pluggen. Dit zou de consument veel
vrijheid bieden en de fabrikanten mogelijkheden universele ontvangers te
produceren. Als een zender van codering verandert, is het bij een ontvanger
met een Common Interface alleen maar zaak de CI-CAM te vervangen door een
nieuwe codering. Daar staat tegenover dat de betreffende CI-module ook geld
kost en deze prijs moet je bij die van de ontvanger optellen. Het toepassen
van meer CI-CAM`s in een ontvanger kan de prijs uiteindelijk behoorlijk
opdrijven. (+ C7)
CPU
Central Processing Unit. Dit is het hart (de digitale regelneef) van een
computer. In pc`s is de CPU meestal in één IC (chip) ondergebracht. Alles
wat in een computer gebeurt, of wat de gebruiker wil dat er gebeurt, wordt
via computerinstructies (programmacodes) door de CPU uitgevoerd. Ook in
digitale ontvangers worden CPU`s toegepast. Een digitale ontvanger, en zeker
het decodeerdeel, is daardoor goed te vergelijken met een slimme computer.
Cross polarisation
De mate waarin een signaal van tegenovergestelde polarisatie wordt
onderdrukt heet de cross polarisation. Bij een slechte scheiding tussen
signalen van verschillende polarisaties treedt een aanmerkelijk verlies van
de ontvangstkwaliteit (C/N) op. Dit effect kan optreden als een LNB niet
goed in een schotel gemonteerd is en de polarisatie van de LNB niet exact
overeenkomt met de polarisatie van het uitgezonden signaal op de satelliet.
CVBS
CVBS is een afkorting voor Color-Video-Blanking-Synchronisation. Dit signaal
wordt ook wel `composiet video` genoemd. Het bevat alle elementen om een
videobeeld op een televisie weer te kunnen geven. Doordat alle benodigde
video-informatie in het CVBS-signaal aanwezig is, heb je genoeg aan een
enkelaardige aansluitkabel, meestal coax. Andere transportmethodes (RGB of
S-video) vereisen complexere kabels.
D2MAC
Een inmiddels verouderde en door digitale technieken achterhaalde norm voor
overdracht van tv-signalen. D2MAC staat voor `Digital Multiple Analog
Channels`, waarbij het geluid digitaal wordt overgedragen en het beeld
analoog, maar waarbij de kleurcomponenten gescheiden zijn van de
helderheidscomponenten. Gaf tien jaar geleden een grote vooruitgang in
beeldkwaliteit, maar vraagt ook veel (kostbare) bandbreedte.
dBµV
Bij ontvangst van hoogfrequente signalen (zoals satellietsignalen) wordt de
veldsterkte (signaalsterkte) in dBµV uitgedrukt. Dit is het aantal dB`s dat
een signaal groter (of kleiner) is dan 1 µV (1 miljoenste Volt). Een signaal
van 1 µV staat gelijk aan 60 dBµV.
Decibel
De decibel (dB) is de aanduiding die gebruikt wordt voor versterking. Het is
een eenheid waarmee op een eenduidige manier grote verschillen kunnen worden
aangeduid.
Declinatie
De declinatiehoek is alleen voor draaibare schotelopstellingen belangrijk.
Declinatie is een correctiehoek tussen de kijkhoek naar sterren die op een
oneindige afstand staan en de kijkhoek naar satellieten die op de
geostationaire baan staan, 35786 km boven de evenaar. Bij een draaibare
schotel zorgt een correcte declinatie ervoor dat de schotel de Clarke belt
exact volgt. Zonder declinatie zou de oos/west-beweging van de schotel een
meer horizontale lijn vormen. Daardoor kan de schotel boven of onder de
Clark belt uitgericht zijn en satellietsignalen kunnen niet ontvangen
worden.
Dipool-antenne
Een dipool is een antennevorm die het elektrische component van het
elektromagnetische (=ether) signaal opvangt en omzet in elektrische energie.
(+ D4)
DiSEqC
Een door Eutelsat en Philips ontwikkeld protocol dat de besturing van
randapparatuur mogelijk maakt, zonder dat daar extra kabels voor gelegd
moeten worden. De commando`s, die uit digitale pulsen bestaan, gaan gewoon
door de coaxkabel. DiSEqC maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de ontvangst
naar een andere satelliet om te schakelen, van de ene naar de andere schotel
te schakelen of zelfs een draaibare opstelling te besturen.
Dolby Surround
Dolby surround was een van de eerste vormen van het bioscoopgeluid voor de
huiskamer. Naast de linker -en rechtergeluidskanalen wordt ook een analoog
surroundkanaal geproduceerd, die via twee aparte luidsprekers achter de
luisteraar een ruimtelijk geluidseffect teweegbrengt.
DVB
DVB staat voor Digital Video Broadcasting. DVB is een internationaal erkende
norm om tv, radio en ook data (zoals internet) digitaal uit te zenden. Er
bestaan verschillende uitvoering van DVB. Bij satellietontvangst hebben we
te maken met DVB-S, terwijl bij het (aardse) Digitenne project
gebruikgemaakt wordt van DVB-T. Bij DVB-S wordt bij het videogedeelte
gebruikgemaakt van de MPEG-2 compressienorm. Het audio wordt conform het
Musicam-principe uitgezonden. Veruit de meeste satellietprogrammaÕs worden
volgens deze norm uitgezonden.
Elevatie
Dit is de hoek waarbij de schotel t.o.v. de horizon naar boven kijkt om de
satelliet te kunnen ontvangen. Voor b.v. Astra-ontvangst bedraagt deze hoek
in Nederland ongeveer 29 graden.
EPG
Electronic Program Guide. Een electronische programmagids, die bij digitale
satelliet-TV meegezonden wordt. Kan via de tv worden geraadpleegd. Maakt
deel uit van de DVB-norm, maar Canal+ hanteert haar eigen EPG-norm waardoor
alleen Seca ontvangers deze EPG ontvangen kunnen. Andere ontvangers kunnen
dit niet maar tonen wel de EPG van b.v. Duitse programma`s.
F-connectoren
Dit is de connector die standaard gebruikt wordt voor de aansluiting van een
coaxkabel, op zowel de LNB als op de ontvanger. Meestal wordt voor een
F-connector gebruikgemaakt van een uitvoering die eenvoudig op de coaxkabel
geschroefd kan worden. Dit type is simpel van opzet maar functioneert goed
op de satelliet-middenfrequenties (950 -2150 MHz). (+ F4)
F/D-verhouding
Dit is de verhouding tussen de brandpuntafstand en de diameter van de
schotel. Voor een hoog schotelrendement dient deze niet te klein te zijn.
Tevens is het belangrijk dat de feedhorn zelf een openingshoek heeft, de z.g.
focushoek, die gelijk is aan de F/D-verhouding van de schotel.
FEC
Forward Error Correction. Deze term wordt gebruikt bij digitale
satelliettransmissie. Het geeft de mate van automatische foutherstel bij
ontvangst aan. Zo wordt bij een FEC van 3/4 bij een groep van 4 uitgezonden
bitjes er drie voor het signaal gebruikt en de vierde voor foutherstel. Bij
een FEC van 1/2 wordt er van elk uitgezonden 2 bitjes er een gebruikt voor
het signaal en een voor foutherstel. Hierdoor kan men een zeer groot aantal
ontvangstfouten automatisch herstellen.
Feedhorn
Ook wel `feed` genoemd. Bij een parabool worden alle invallende signalen in
een brandpunt gebundeld. Omdat de golflengte van de microgolven (ong. 25 mm)
niet oneindig klein is ten opzichte van de schotelafmetingen, ontstaat er
geen brandpunt maar een brandwolk die bovendien niet homogeen gevuld is met
energie. De feedhorn heeft tot taak de energie nog verder te bundelen,
zodanig dat het optimaal in de LNB terechtkomt. Bij een bepaalde
schotelconstructie behoort een bepaalde feedhorn: bij meting aan antennes
meet men dus altijd de kwaliteit van de feedhorn mee.
FireWire
Firewire is een protocol voor de overdracht van data. Dit protocol is
vastgelegd in de IEEE 1394 norm. Het gaat hier om een vorm van
data-overdracht met een snelheid van 400 Mb/s. FireWire kan je aantreffen
bij onder andere computers.
Footprint
Een gebied waarbinnen de veldsterkte van een satelliet gedefinieerd is. In
de praktijk worden daarvoor landkaarten gebruikt waarop contourlijnen zijn
aangebracht. Deze lijnen kunnen een aanbevolen schoteldiameter vermelden of
de veldsterkte (in dBW-Eirp). Buiten de footprint is ontvangst niet
gegarandeerd.
FTA
Free-to-Air. FTA-signalen worden niet gecodeerd en zouden met iedere
digitale ontvanger ontvangen en bekeken moeten kunnen worden. Dit gaat
helaas niet op voor de zogenoemde Seca-ontvangers (lees Canal+), waar ook
nog altijd een geldige(!) smartcard voor een ontvangst vereist is, en
ontvangers die de technische specificaties van de DVB-norm (onder andere de
aanwezigheid van zogenaamde B-Frames) niet volledig ondersteunen.
Gregorian schotel
De Gregorian schotel is een variant op offset-schotels, waarbij
gebruikgemaakt wordt van een extra reflector om een nog hoger rendement ten
opzicht van offset-schotels te behalen.
Inclined Orbit
Een satelliet wordt op zijn geostationaire plaats gehouden door elke 30
minuten raketjes te onsteken die afwijkingen constateren. Als de brandstof
bijna op is, normaliter na zo`n 12 jaar, laat men grotere afwijkingen toe en
gaat de satelliet in verticale richting een bepaalde baan beschrijven, de
inclined orbit, waardoor men aanzienlijk op brandstof gaat besparen maar
waardoor de satelliet niet meer met vaste schotelopstellingen opgepikt kan
worden.
Irdeto
Irdeto was één van de eerste coderingen die gebruikt werd bij
satelliettelevisie. Irdeto werd in het begin van digitale satelliettelevisie
door het toenmalige MultiChoice gebruikt en voorlopig nog door Canal+
Nederland ondersteund, maar bevindt zich in een afbouwfase. Dit systeem
wordt door overige zendgemachtigden maar spaarzaam gebruikt.
I-Q demodulatie
Na versterking van het oorspronkelijke digitale signaal vindt de demodulatie
(=terugwinnen van oorspronkelijk signaal) plaats. Bij digitale
satellietontvangst wordt tegelijk gebruikgemaakt van twee draaggolven die
onderling in fase verschillen. De ene draaggolf bevat de I-informatie en de
andere de Q-informatie.
Ku-band
De Ku-band is een frequentieband waarop onder andere satellieten uitzenden.
Het gaat om het frequentiegebied tussen 10,7 en 12,75 GHz. In Nederland is
de Ku-band de belangrijkste band voor de ontvangst van satellietsignalen.
LNB
Low Noise Block converter. Een converter is een schakeling die de frequentie
van een signaal omzet naar een andere frequentie. Bij satellietontvangst
wordt de Ku-band omgezet naar een veel lagere frequentie met een LNB. Een
LNB maakt het mogelijk om na de omzetting gebruik te maken van een coaxkabel
voor het transport van het satellietsignaal vanaf de LNB naar de ontvanger.
LNBF
Dit is een LNB waarbij de feedhorn volledig geïntegreerd is. Deze feedhorn
bundelt de door de schotel opgevangen energie zodanig, dat die optimaal door
de LNB verwerkt kan worden. (+ L2
MP@ML
Main Profile at Main Level. Dit is het niveau van digitale uitzendingen die
momenteel door bijna alle zenders gehanteerd wordt. Maakt onderdeel uit van
de MPEG-2 en de DVB-normen.
MCPC
Multiple Channels per Carrier. Hierbij worden de signalen van meerdere
zenders via een multiplex op één draaggolf gezet. Het voordeel hiervan is
dat meerdere zenders per transponder kunnen uitzenden en dat werkt dus
ruimtebesparend. MCPC is bij digitale televisie de meest gebruikte
transportwijze.
MediaHighWay
Media Highway is een zogenaamde API (Application Program Interface). Als
Media Highway ondersteund wordt door een digitale ontvanger, is deze in
staat om interactieve zaken zoals betaaltelevisie af te handelen. Een
voorbeeld hiervan is het ontvangen van spelletjes via de satelliet. Media
High Way werkt samen met de Mediaguard codering.
MHP
Multimedia Home Platform. Betreft software-integratie van multimedia en
normering van de Application Interfaces (API`s). Met behulp van MHP kunnen
bijvoorbeeld digitale satellietontvangers allerlei andere media, zoals
internet, ondersteunen. De normering van dit soort zaken is in handen van de
Multimedia Home Experts Group (MHEG).
Multifeed
Door in een schotel niet één maar meer LNBF`s aan te brengen is het mogelijk
verschillende satellieten op te vangen. We noemen dit ook wel wel multifeeds.
Door de LNBF`s net iets uit het brandpunt van de schotel te monteren is de
reflectie van de satellietsignalen dusdanig dat de satellietsignalen toch
door een gemonteerde LNBF ontvangen kunnen worden. Een veelgebruikte
combinatie is de ontvangst van de Astra-1 (19,2º oost) en de Hot Bird (13º
oost) satellieten. Omdat je bij dit soort constructies niet optimaal
gebruikmaakt van de schoteleigenschappen is het verstandig om een wat
grotere schotel te nemen. Voor een goed resultaat moet je voor bijvoorbeeld
van de Astra«s en de Hotbirds een 80 cm schotel gebruiken, terwijl normaal
alleen voor de Astra«s of de Hotbirds een 60 cm schotel zou volstaan. (+ M5)
Offset-schotel
Als je kijkt naar de verschillende schotelvormen, dan valt op dat een
offset-schotel het meest gebruikt is. Bij de prime focus-schotel, de
oervorm van de schotel, zit de LNB in het brandpunt van de schotel
gemonteerd. Juist hierdoor zal een schaduweffect optreden, omdat de LNB
toch een deel van de satellietsignalen verhindert via de schotel
gereflecteerd te worden naar de LNB. Door de schotelvorm iets te
wijzigen is het mogelijk om dit schaduweffect behoorlijk te verminderen.
Bij offset-schotels zit de LNB niet meer direct in het zichtgebied van
de satellietsignalen, maar is de LNB een beetje onder de schotel
gemonteerd. Het was overigens wel noodzakelijk hiervoor de vorm van de
schotel wat aan te passen. Offset-schotels zijn wat meer ovaler van vorm
en, in tegenstelling tot prime focus-schotels, lijken zij niet direct op
de satelliet uitgericht te staan. Het tegendeel is echter waar. Een
offset-schotel heeft een hoger rendement dan een prime focus-schotel.
(+O1)
Offsetpolarisatie
Voor een goede ontvangst - vooral van digitale signalen - is het gewenst
om ook de LNB in een dusdanige stand te zetten dat de ontvangst van
ongewenste signalen minimaal is. In grote delen van Europa betekent dit
dat de onderkant van de LNB vrijwel loodrecht op de aarde staat, maar
dat is niet overal zo. Vooral in het zuiden van Frankrijk, Spanje en
Portugal moet de onderkant van de LNBF in westelijke richting verdraaid
worden, tot soms wel 22 graden. Als je last hebt van blokvorming in het
beeld, verdraai dan de LNBF zodanig dat er een blokvrije digitale
ontvangst bereikt wordt.
Openingshoek
Een schotel heeft maximale ontvangst wanneer de optische as van de
paraboloïde precies naar de gewenste satelliet wijst. Wanneer je een
schotel tov. deze satelliet verdraait, neemt de veldsterkte af. De
totale verdraaïngshoek, waarbij de veldsterkte ± 3 dB variëert heet de
openingshoek. Deze hoek wordt kleiner naarmate de schotel groter wordt.
Een schotel met een grote openingshoek kan ook stoorsignalen afkomstig
van andere satellieten die zich in de buurt van de gewenste satelliet
bevinden oppikken. Dit is een bekend nadeel van kleine schotels. In de
praktijk leidt dit zelden tot problemen.
PID
Package Identifier. Dit is een byte binnen een DVB-packet dat aangeeft
voor welk programma dat packet bestemd is en of het video, audio of data
betreft. De meeste ontvangers lezen de PID-codes volautomatisch in, maar
bij sommige ontvangers en bij speciale signalen moet dit met de hand
gebeuren.
PID
Een polariser is een mechanisch motortje dat ervoor zorgt dat de
polarisatie van het ontvangstelement van de LNB exact overeenkomt met
die van het ontvangen signaal. Bij een LNBF zie je dat er sprake is van
een horizontaal ontvangstelement en een verticaal element. Zolang de
horizontale polarisatie exact overeenkomt met die van het ontvangen
signaal is er niets aan de hand. Je hebt dan een optimale ontvangst.
Naarmate de polarisatie afwijkt, wordt de ontvangst verzwakt. Met een
polariser kan dit toch geoptimaliseerd worden. We hebben het hier tot nu
toe over de mechanische polariser gehad. Er bestaan echter ook
magnetische polarisers, waarbij met behulp van magnetisme hetzelfde
effect bereikt kan worden als met een mechanische polariser. Belangrijk
te melden is dat voor het gebruik van een polariser de ontvanger wel
geschikt moet zijn om een polariser te besturen. Zeker bij digitale
ontvangers ontbreekt deze mogelijkheid nogal eens. (+ P1)
Polarmount
De polarmount kan je het beste zien als het draaischarnier waarmee een
schotel van positie te veranderen is. Dankzij de polarmount kan een
schotel in een draaibare opstelling precies de denkbeeldige baan, waarop
alle satellieten aan de zuidelijke hemel geparkeerd staan volgen,
waardoor een multisatellietontvangst mogelijk wordt. Een dergelijke
schotelopstelling vergt wel een uitgebreide afregeling, want je krijgt
hierbij te maken met drie onafhankelijke variabelen: azimuth, elevatie
en declinatie. (+ P2)
Prime Focus schotel
Een schoteltype waarbij de LNB in het brandpunt van de schotel is
opgenomen. Dit is de `oervorm` van de schotel, de parabool. Een prime
focus-schotel is vrij ongevoelig voor regen, omdat de LNB-kap naar
beneden hangt. (+P4)
PVR
Personal Video Recording. Een moderne trend die bestaat uit het
aanbrengen van een harddisk in een digitale satellietontvanger,
televisie of andere videobron. Deze harddisk neemt de binnenkomende
signalen digitaal op en kan die zonder kwaliteitsverlies weergeven.
Tevens kan deze `recorder` tegelijk opnemen en weergeven. De
opnamecapaciteit is sterk afhankelijk van zowel de opslagcapaciteit van
de harddisk als van de kwaliteit van het op te nemen videomateriaal.
(+P5)
QPSK
Quadrature Phase Shift Keying is de modulatienorm voor digitale
satellietcommunicatie. Het is een modulatiemethode waarbij in twee
draaggolven (die onderling 90 graden in fase verdraaid zijn) het
volledige signaal wordt ondergebracht.
RJ-11
De RJ-11 connector wordt veel gebruikt bij telefoons. Tegenwoordig wordt
deze plug ook steeds meer toegepast bij onder andere (in digitale
ontvangers ingebouwde) modems.
RJ-45
De RJ-45 connector wordt veel gebruikt bij op ethernet gebaseerde
computernetwerken voor aansluiten van UTP-kabel en bij ISDN-telefonie.
RGB
Een methode voor aansturing van een televisie of monitor vanuit een
videobron (zoals een satellietontvanger of videorecorder). Bij de
RGB-modus worden de drie primaire kleuren (Rood Groen en Blauw) via
aparte kabels naar de tv-ontvanger overgebracht. Deze wijze van
transport garandeert de beste beeldkwaliteit omdat er geen verdere
omzetting in de ontvanger plaatsvindt.
RF-Doorlus-connector
Dit is een aansluiting bij satellietontvangers, waarbij het van de
schotel afkomstige signaal via de ontvanger opnieuw ter beschikking
wordt gesteld, waardoor het mogelijk wordt om er een andere ontvanger op
aan te sluiten.
RF tuner
Het van de schotel afkomstige signaal wordt in de satellietontvanger
eerst versterkt en in een andere frequentie omgezet waarna demodulatie
(het terugwinnen van het oorspronkelijke signaal) plaatsvindt. Bij alle
satellietontvangers, digitaal of analoog, is zowel de omzetting in
frequentie als de demodulator in een afgeschermde behuizing, de RF
tuner, ondergebracht. Ook kan je de demodulator buiten de RF tuner
aantreffen (zoals bij digitale ontvangers). (+ R5)
RISC
Reduced Instruction Set Computer. Een snelle microprocessor (CPU) die
allerlei bewerkingen (instructies) zeer snel kan verwerken. Deze vorm
van CPU`s is heel populair bij veel `embedded` systemen zoals
MPEG-decoders.
Ruisgetal F
Het ruisgetal geeft (in dB`s) aan in hoeverre de kwaliteit van het
uitgangssignaal van de LNB verslechterd is ten opzichte van het
inkomende signaal. Hoe lager dit getal, des te beter de LNB is.
Tegenwoordig zijn praktische ruisgetallen van 0,7 dB goed haalbaar. Het
ruisgetal F wordt niet door iedere LNB fabrikant eerlijk opgegeven.
Satfinder
Een handig hulpje voor het uitrichten van een schotel. Een Satfinder
wordt op de LNBF aangesloten en geeft een optische (en soms ook
akoestische) indicatie die sterker wordt naarmate het ontvangen signaal
ook sterker wordt. Kan echter geen onderscheid tussen satellietsignalen
maken. Na afloop moet je dus altijd controleren of je wel op de juiste
satelliet uitgericht hebt. Een nabijgelegen GSM-zender kan hierbij
behoorlijk wat verwarring geven.
SCPC
Single Channel per Carrier. De meeste digitale programma`s worden in
clusters van 5 (of meer) op één transponder en op één draaggolf
uitgezonden (MCPC). Het is ook mogelijk om één programma op een
draaggolf uit te zenden. SCPC wordt veel toegepast bij newsfeeds, de
verbinding van een nieuwsploeg `in het veld` en de studio.
Scart-connectoren
De Scart-connector is een vrij grote plug met 21 aansluitingen die een
universele bekabeling van audiovisuele apparatuur mogelijk maakt. Deze
connector werd in het begin van de jaren zeventig ontwikkeld voor
professioneel gebruik en heeft sindsdien ook bij consumentenapparatuur
ingang gevonden.
Smart Card
Een plastic kaart, voorzien van een chip. Deze chip controleert of het
aangeboden tv- of radiosignaal wel bekeken of beluisterd mag worden. Als
dat het geval is, wordt het gecodeerde signaal vrijgegeven. En als het
niet wordt vrijgegeven ontvangt u niets. Het merendeel van de coderingen
maakt gebruik van deze kaarten.
SMD
SMD betekent Surface Mount Device. Het gaat om moderne electronische
componenten die op één kant van de print zowel gemonteerd als gesoldeerd
worden. De componenten hebben dus geen pinnen meer die door de print
heen steken en aan de andere kant gesoldeerd moeten worden. Het grote
voordeel is een flinke besparing op de montageruimte.(+S4)
SMTP
Simple Mail Transfer Protocol. Wordt bij internet voornamelijk gebruikt
bij uitgaande mail van klanten. Deze mail wordt bij de serviceprovider
via een aparte mailserver afgehandeld.
S/PDIF
Een methode om digitaal `geluid` te transporteren naar andere
apparatuur. Hierbij wordt een stroom van enen en nullen verzonden. Bij
stereoapparatuur zie je dergelijke SPDIF verbindingen tussen cd-spelers
en onder andere cd/md- recorders.
S-Video
Maakt deel uit van de z.g. component videosignalen. Bij S-video, voor
het eerst toegepast in S-VHS recorders, maar nu ook bij sommige digitale
satellietontvangers, worden de kleuren- en helderheidscomponenten van
het beeldsignaal gescheiden getransporteerd en verwerkt. Het voordeel
hiervan is dat het scherpere beelden en een betere
signaal/ruisverhouding oplevert.
Seca-Mediaguard
Een norm voor het coderen van digitaal uitgezonden beeld en geluid.
Ontwikkeld door Seca, onder auspiciën van het Franse Canal+, onder de
naam Mediaguard. Is in grote delen van Europa een standaard, maar wijkt
op punten af van de DVB-norm. Wordt ook in Nederland door Canal Digitaal
gebruikt, die de signalen tevens in Irdeto uitzendt in zogenaamd
SimulCrypt.
SimulCrypt
Het tegelijkertijd uitzenden van een signaal met meerdere coderingen. We
zien dit bij de tegenwoordige digitale Canal+ zenders, maar ook in het
verleden is er sprake geweest van het uitzenden in SimulCrypt met
VideoCrypt/VideoCrypt II.
Symbol rate
De symbol rate (SR) geeft aan hoeveel digitale informatie verzonden
wordt. Naarmate de symbolrate hoger ligt, is de beeldkwaliteit beter,
tenzij de symbolrate gedeeld moet worden over meerder zenders. De
hoeveelheid digitale informatie per zender kan dus verschillen.
Switch Mode Power Supply (schakelende voeding)
Elektronische schakelingen moeten van elektrische energie voorzien
worden. Dit gebeurt via een voeding. Bij de inmiddels nagenoeg in
onbruik geraakte lineaire voeding traden verliezen op, die ook met een
behoorlijke warmteontwikkeling gepaard gingen. Bij een Switch Mode Power
Supply wordt op een slimme manier door middel van elektronische
schakelaars alleen maar de benodigde energie doorgegeven en is het
rendement aanzienlijk gestegen. De schakeling is wel veel
gecompliceerder.
THX
THX is het bioscoopgeluid dat ontwikkeld is door Lucas Film. Op zich
lijkt dit niet zo spectaculair, maar als we even wijzen op de
fantastische geluidseffecten bij de eerste Star Trek film, dan worden de
oren gespitst. THX staat voor het optimale bioscoopgeluid en
tegenwoordig kunnen we bij zgn. high end audio en videoapparatuur THX
ook steeds meer ontdekken
UHF modulator
Een UHF modulator is een soort mini-televisiezender, die in alle
satellietontvangers en videorecorders ingebouwd is. Doordat via deze
zender veel kwaliteitsverlies optreedt, is dit de laatst wenselijke
optie om een videosignaal op een televisie te kunnen weergeven.
USB
Universal Serial Bus. Een handige methode om randapparatuur op een PC
aan te sluiten. USB kent een maximale snelheid van 12 Mb/s, maar er is
een nieuwe en snellere versie in ontwikkeling.
Viaccess
Een wijze van coderen van digitale signalen. Wordt in Frankrijk
gebruikt, maar ook in veel andere landen. Voor het bekijken van in
Viaccess gecodeerde programma`s heb je een smartcard (lees: abonnement)
nodig.
VBI
Vertical Blanking Interval. Het televisiebeeld is opgebouwd uit
horizontale beeldlijnen. Iedere beeldlijn schuift iets onder de vorige,
totdat het scherm vol is. Dan wordt er weer bovenin begonnen. Dit kost
enige tijd; het verticale interval (VBI) genaamd. In deze tijd kunnen
heel veel dingen meegezonden worden die handig zijn, zoals testsignalen
voor techneuten maar ook teletekst.
Veldsterkte
Dit is de signaalsterkte van een zender die doorgaans bij de antenne
gemeten wordt. Bij een LNB zit die antenne vlakbij de feedhorn. De
veldsterkte wordt doorgaans in dBm uitgedrukt.
Vlakantenne
Een vlakantenne is een antenne waarbij geen sprake meer is van een
schotel. Op hetzelfde platte vlak zijn heel veel (ontvangst)elementen
via moeilijke koppelingen met elkaar verbonden. Vanwege de gebruikte
koppelingen, de positionering van de elementen en het optimaliseren van
de beschikbare ruimte, is in de praktijk vaak gekozen voor een vierkante
of rechthoekige antenne.
|
|